| ONZE GEPANTSERDE TREINEN IN 1914 |
Belgische gepantserde treinen speelden
tijdens de eerste maanden van de oorlog een belangrijke rol. Ze werden gebouwd in de
werkplaatsen van de spoorwegen te Antwerpen-Noord en Hoboken.
De eerste was klaar op 28 augustus 1914 en was bewapend met een mortier van 210 mm en
stond onder bevel van Lt. Valentin.
Dan bouwde men drie "licht" gepantserde treinen. "Licht" omdat ze
slechts een kanon van 57 mm aan boord hadden. De eerste was klaar op 5 september en stond
onder bevel van Lt. Michel; de tweede op 11 september onder bevel van Lt. Delaval; de
derde zou, bijna gereed, vanuit Hoboken naar Oostende vertrekken toen Antwerpen bedreigd
werd.
Tenslotte had men de drie "zwaar" gepantserde treinen waarvan er twee met twee
Engelse Royal Navy snelvuur-kanonnen van 4 inches 2 (ongeveer 120 mm) werden uitgerust.
De bemanning bestond uit Lt. Commander Littlejohns A. Scottt, zes Engelse
scheepskanonniers en een 70-tal Belgische soldaten. De tweede stond onder bevel van de
Belgische Kapitein Servais. Ook hier vertrok de laatste trein onafgewerkt samen met twee
kanonnen van 6 inches (150 mm) naar Oostende.
DE EERSTE TREIN
Deze werd gevormd op 28 augustus 1914 en
uitgerust met een mortier van 210 mm uit de redoute van Blauwgaren. De opdracht was Duitse
batterijen te bestoken die buiten het bereik van de kanonnen stonden van de forten rond
Antwerpen.
Deze trein vuurde vanop de spoorlijn Antwerpen-Zuid naar Waarloos. Men kwam ook tussen
tijdens de Duitse aanval op de Nete-stelling en bestookte o.a. Duitse mitrailleusen
opgesteld in het kasteel van Rozendaal.
Maar de trein werd ook hevig bestookt door de Duitse artillerie. Men moest vooruitkomen
tot dicht bij de vijandelijke linie want de mortier droeg maar 3700 m en het vuren met
zwart poeder liet een ferme rookwolk na. Na de val van Antwerpen nam deze trein ook deel
aan de Slag aan deYzer waar hij vanop de lijn Nieuwpoort-Kaaskerke Duitse
troepenverzamelingen en mitrailleusen bestookte. Omdat zoals hoger al vermeld de trein bij
klaarlichte dag gemakkelijk te lokaliseren viel, had dit tot gevolg dat de Duitsers
Kaaskerke en omgeving hevig bombardeerden. Kaaskerke was toen bezet door de Franse
Marine-Fusiliers en Admiraal Ronarch vroeg toen aan het Belgisch hoofdkwartier om de trein
alleen s nachts te laten vuren. Deze vraag werd ingewilligd en Valentin,
bevelvoerder, vuurde enkel nog s nachts. En dus werd gebombardeerd zonder
observatie.
Dit zou duren tot de munitie uitgeput was en toen werd de trein naar Calais gestuurd.
Valentin zou dan naar de "zwaar" gepantserde Belgo-Engelse treinen verhuizen.
Deze mortier moet wel zeer oud geweest zijn: in het begin van 1915 kreeg het 54° Duitse
artillerie Rgt. enkele Belgische kanonnen met zwart poeder. In hun regimentsboek vermelden
ze dat ze die alleen durfden gebruiken als het mistig weer was want het afvuren gaf een
vreselijke knal en er bleef minutenlang zwarte rook hangen.
DE BELGISCHE "LICHT" GEPANTSERDE TREINEN
Op iniatief van Lt. Michel van de Genie,
Cie Spoor, werd op 31 augustus 1914 begonnen met het bouwen van een "licht"
gepantserde trein in de werkplaats van de spoorwegen in Antwerpen-Noord. Na 5 dagen en
nachten was de eerste klaar.
Vooraan was een lange platte wagon (35 ton), vooraan en aan beide kanten beschermd door
scheepsplaten van 18 mm dik en 25 graden overhellen en met een dak van 12 mm stalen platen
waardoor een observatietorentje stak.
Vooraan stond een kanon van 57 mm en één MG langs beide kanten. Daarbij kwamen nog 18
gleuven voor het vuren met geweren. Op deze wagen lagen ook nog spoorstaven en materiaal
om eventueel een spoorlijn te herstellen.
In het midden bevond zich de gepantserde lokomotief van het type 16 (later type 32).
Daarachter bevond zich een kleine wagon met achteraan een MG en met sleuven voor geweren.
De bemanning bestond uit Lt. Michel, twee onderofficieren, 3 kanonniers, 2 korporaals, 6
mitrailleurs, 40 soldaten, een stoker en twee machinisten. Behalve de onderofficieren en
de kanonniers waren de rest allen vrijwilligers.
Een verkenner-lokomotief ging steeds de gepantserde trein vooraf.
De 6de september was de trein te Boom en kreeg opdracht, samen met 3 Cies Cyclisten
en een Auto-mitrailleuse, het terrein te heroveren dat de voorposten daags voordien hadden
opgegeven nabij Breendonk. Nadat men eerste 100 m spoor hersteld had, hield de trein halt
te Tisselt en vuurde vijf kanonschoten af op het Vinnekensbos. De Duitsers die het
bezetten namen de vlucht richting Kapellen-op-den-bos. Ze werden tot daar achtervolgd door
soldaten van de trein en een Cie Cyclisten. In het bos vond men drie Duitse lijken en 8
achtergelaten fietsen.
Op 7 september ging de trein 45000 kg bloem ophalen in een molen nabij St. Amands, net
ontruimd door de Duisers.
Op 8 september reed de trein tot in de polders ten zuiden van Moerbeke-Waas om te
verhinderen dat Duitse Uhlanen de spoorlijn Lokeren-Zelzate onderbraken zoals ze de dag
daarvoor hadden gedaan nabij Zeveneken op de spoorlijn Gent-Lokeren.
De 9de september was de trein in Zele. Lt. Michel reed met de gepantserde
lokomotief-estafette tot Dendermonde dat ontruimd was. De spoorbrug over de Schelde was
vernietigd. Terug in Zele kreeg hij het bevel van Generaal Deguise de lijn
Gent-Dendermonde te verkennen. Via Gent ging het naar Merelbeke en Melle; vanaf hier waren
de draden van signalen doorgeknipt, maar het spoor was nog intakt. Lt. Michel reed over
Wetteren tot Dendermonde waar hij aankwam op 10 september om 2h00 s morgens.
De 11de september kreeg Lt. Michel bevel van het G.H.K. zich naar Gent te begeven en zich
ter beschikking te stellen van Generaal Clooten. s Avonds is hij bij deze laatste in
zijn bureel wanneer Generaal Deguise hem telefonisch opdracht geeft de bruggen over de
Dender te vernietigen, dit te Aalst en te Denderleeuw. Lt. Michel deed eerst een
verkenning met een express-lokomotief, type 17, met de tender vooraan en gewapende met een
mitrailleur. Een onderoffiicier en zes man vergezelden hem. De burger-stoker en machinist,
de heren van Aerle en Marien, hadden geweigerd hun machine te verlaten en stuurden dus
zelf. Tussen Schellebelle en Aalst waren delijnen van de signalen doorgesneden. Alle
stations waren verlaten. Enkel te Lede was de stationschef op zijn post gebleven. Hij
meldde dat voorbijtrekkende Duitsers de sporen wat verder hadden opgeblazen maar arbeiders
hadden dit al hersteld. De Duitsers hadden alle telegraaf- en telefoontoestellen in het
station vernield maar de chef had een telefoontoestel kunnen verstoppen en had het daarna
op een nog intakte telefoonlijn verbonden.
Tussen twee invallen van de Duitsers, kon
hij zo op gevaar van leven, interessante inlichtingen bezorgen aan Generaal Clooten in
Gent. In Aalst vond Lt. Michel het station verlaten en het seinhuis vernield. Tot
Denderleeuw geraakte men niet omdat het spoor onderbroken was.
De 12de september werd Lt. Michel vervoegd door een tweede pantsertrein die onder het
bevel stond van Lt. Delaval. Vanuit Gent begaven beide treinen zich richting Aalst. Twee
auto-mitrailleusen reden hen vooraf. Eén van signaleerde een Cie Duitsers die zich van
Erpe in de richting van de weg Aalst-Gent begaven terwijl de andere signaleerde dat er
zich nog Belgische troepen in Aalst bevonden. Lt. Michel gaf hen bevel de Duitsers aan te
vallen; ze konden hen verstrooien en zware verliezen toebrengen.
Te Aalst meldde een Belgische officier dat ze net bevel hadden gekregen zich terug te
trekken op Dendermonde. Lt. Michel deed 6 ladingen van 60 kg toniet aanbrengen op de 6
brugpijlers van de grote brug met 3 rijvakken en verbond ze met een ontstekingskoord.
Slechts 2 ladingen ontploften en de vernieling was dus onvolledig. Terug in Gent bracht
Lt. Michel verslag uit, telefonisch, aan Generaal Deguise. Er werd hem geantwoord dat de
bruggen te Aalst en Denderleeuw kost wat kost moesten worden vernield.
De 13de september verkenden twee
onderofficieren en twee soldaten per fiets het terrein rond de Dender. Denderleeuw en
Aalst waren niet voortdurend bezet maar groepen cyclisten doorkruisten de streek.
Lt. Michel besloot daarop s nachts te handelen. Hij gaf Lt. Delaval bevel zich naar
Denderleeuw (onbereikbaar per trein) te begeven met een auto-mitrailleuse en drie
autos die de explosieven vervoerden. Lt. Michel zelf vertrok naar Aalst met een
express-lokomotief, tender vooraan en een wagon met 600 kg toniet achteraan.
De 14de om 4h00 s morgens kwam aan de brug te Aalst. Aan iedere brugpijler werd 100
kg geplaatst en brug sprong om 4h15.
Men in de verte een klaarte gevolgd door een ontploffing en men wist dat Lt. Delaval zijn
taak vervuld had te Denderleeuw. Vier ladingen van 50 kg toniet waren bevestigd geweest
aan elk van de vier pijlers.
Enkele uren later kregen de twee treinen bevel Antwerpen te vervoegen.
Van 14 tot 24 september zijn de trein stil blijven staan.
Kapitein Van Daele schrijft in B.B.S.M. juli 1932 dat de Lt. Michel en Delaval een vertrouwelijke opdracht vervulden in Holland.
Maar in het verslag van Generaal Deguise (CHD Evere) vermeldt hij dat hij het grootste belang hechtte aan de vernieling van de brug Val-Benoit of de spoorwegbrug over de Maas te Luik. Generaal Leman zou het bevel gegeven hebben om die te doen springen, doch dit werd niet uitgevoerd. Deguise had bericht ontvangen dat niet ver van de brug een paar 100 kg dynamiet waren opgeslagen in een fabriek en bewaakt door slechts enkele Duitse soldaten.
De 17de september vertrokken Lt. Michel en
Delaval en enkele vrijwilligers van de genie elk apart uit Antwerpen om zich terug te
vinden in de omgeving van Luik. Daar aangekomen vernam Lt. Michel helaas dat drie van zijn
gezellen verdwenen waren en dat de berichten over dit dynamiet niet juist waren.
De 22ste september kwam Lt. Delaval aan Generaal Deguise daarover verslag uitbrengen
waarop deze aan Lt. Michiels telegrafisch (?) bevel gaf Antwerpen opnieuw te vervoegen met
de rest van de expeditie. De 24ste waren ze terug. Het lijkt allemaal wat geheimzinnig
maar het staat zo vermeld.
Nog de 24ste september gaf Generaal Deguise bevel de spoorwegbrug te Geraardsbergen over
de Dender te vernietigen en zo mogelijk die te Lessen.
De 25ste te Gent verlaten kwam er een tegenbevel van het Algemeen Hoofdkwartier: kost wat
kost de spoorlijn Brussel-Doornik onderbreken rond Edingen of Ath. Lt. Michel en Lt.
Delaval deden een verkenning met een lokomotief gewapende met een mitrailleur. Te Zottegem
vernamen ze dat Duitse Cavalerie net het station te Geraardsbergen verlaten hadden maar
dat Lessen en Ath bezet waren door de Duitsers.
De 26ste september om 3h00 s morgens bracht men vier treinen met elk 6 tot 10 wagons
geladen met zand tot Geraardsbergen. De ketels goed gevuld werden er twee treinen op elk
spoor gelanceerd met 3 minuten tijdverschil. Eens de machines startten sprongen de
machinisten eraf. Met open ventiel moesten deze treinen dan hun snelheid opdrijven tot 120
km/h.
De Duitsers noemden deze treinen "gespensterzüge" of spooktreinen. Eén ervan
liep te pletter in het station van Halle terwijl een andere botste tegen een Duitse trein
nabij Huizingen. Het verkeer op de lijn Halle-Edingen moest onderbroken worden.
Terug te Gent kreeg Lt. Michel bevel met trein nr.1 Antwerpen te vervoegen terwijl Lt.
Delaval met trein nr.2 ter beschikking bleef van Generaal Clooten te Gent.
De 27ste september om 4h00 s morgens lanceerde men nog vier spooktreinen vanuit
Muizen richting Leuven en vier vanuit Berlaar richting Aarschot.
De 2de oktober moet Lt. Michel met trein nr.1 zich ter beschikking stellen van de derde
sector van de Antwerpense bevelvoerder. Deze gaf bevel zich naar Duffel te begeven om de
overtocht van de Nete te verdedigen tot op het ogenblik dat Kapitein Thys van de Genie de
spoorwegbrug in de lucht zou blazen. Vanaf 10h00 tot 20h00 bleef de trein te Duffel om de
Duitsers te bestoken. De trein was ook regelmatig blootgesteld aan een bombardement
waaraan men zich onttrok door heen en weer te rijden tussen het station van Duffel en de
brug nabij de buurtspoorweg 800 m verder gelegen. Na het opblazen van de spoorwegbrug
kreeg men het bevel terug te sporen naar Kontich. Lt. Michel, gewond, werd vervangen door
O/Lt. Gouttierre die de volgende dagen enkele verkenningen deed.
Het 52ste Duitse RIRI vermeldt dat hevig artillerievuur, waaronder dat van een Belgische
gepantserde trein die heen en weer reed, neerkwam op hun eerste bataljon ten zuiden van
Duffel.
Lt . Delaval en trein nr.2 kwamen bij een verkenning tot een schietpartij met Duitse
voorposten nabij Aalst en daarbij kwam het zelfs tot een kort duel met een Duits kanon.
Verder deed men nog verkenningen : de 3de oktober richting Oudenaarde-Ronse, de 4de
richting Eine-Zingem en de 6de richting Tielt. De 7de kreeg men bevel naar Antwerpen
-linkeroever te sporen.
De 7de oktober wou trein nr.1 zich redden via Gent maar men kon niet over de Rupel omdat
men de spoorwegbrug te Boom had laten springen. O/Lt. Gouttierre stelde het kanon buiten
dienst, deed de trein ontsporen en stelde de lokomotief buiten werking. Met de
mitrailleurs en de munitie trok men dan naar trein nr.2 op de linkeroever en reed mee naar
Oostende. Vandaar werden alle treinen naar Duinkerke gestuurd.
De 19de oktober spoorde trein nr.2 nog naar Diksmuide waar de bemanning verschillende
werken uitvoerde. De volgende dagen bleef hij in stelling tussen Oostkerke en Avekapelle.
In de nacht van 21 op 22 oktober stopte de bemanning bressen in de spoorwegedijk
Kaaskerke-Nieuwpoort.
De 22ste spoorde men naar Calais om er ontmanteld te worden. De stalen platen zou men
gebruiken om bruggen mee te bouwen. Alleen de lokomotief, type 32 , zou nog lange tijd de
verplaatsing verzorgen van een Brits 240 mm kanon.
DE "ZWAAR" GEPANTSERDE BELGO-ENGELSE TREINEN
Begin september 1914 besloot de First Lord
of Admirality van Engeland, Winston Churchill, de Belgische artillerie rond Antwerpen te
versterken met Engelse marinekanonnen.
De 9de september kwam Lt. Commander Littlejohns aan te Antwerpen met 6 kanonnen van 4,7
inch (ongeveer 12 cm) en twee van 6 inch (15 cm) samen met 6 kanonniers.
De eerste kanonnen vuurden granaten af die 22,5 kg wogen en ze hadden een draagwijdte van
10 km.
Men besliste deze kanonnen op te stellen op spoorwegkanons.
Dit werd uitgevoerd in de spoorwegplaatsen te Hoboken en de eerste was klaar zes dagen
later. Een tweede zou nog voltooid worden terwijl de derde vertrok naar Oostende samen met
de twee kanonnen van 6 inch waar hij ook zou voltooid worden.
Een 70-tal Belgische militairen, gekozen uit de forten van de tweede lijn rond Antwerpen,
zouden de trein bemannen. Ieder fort moest een wachtmeester, een brigadier en vijf man
leveren. De meesten waren vrijwilligers en stonden onder bevel van Kapitein Servais.
Eens de bepantsering met stalen scheepsplaten beëidigd, werden verkenningen uitgevoerd
nabij Zemst waar men in contact kwam met de vijand.
Op 23 september vertrok men uit Antwerpen om 11h00. Samenwerkend met een vliegtuig moest
men een vijandelijke batterij bombarderen nabij Eppegem. Door de mist kon de Belgische
piloot niet veel zien. Toch werd een zware ontploffing gesignaleerd door een
observatiepost.
Van 24 tot 27 september zijn de marinekanonnen in aktie te Mechelen met observatie van
vliegtuigen en ballons. De 27ste vuurde een kanon vanuit Tisselt op vooruittrekkende
Duitsers vanop minder dan 2000 yards. De trein zelf lag onder vuur. Tisselt werd in brand
geschoten door vijandelijke granaten.
Van 28 tot 30 september waren de treinen in aktie tussen de forten van St. Katelijne Waver
en dit van Waalhem te Duffel en te Waarloos. Men vuurde op vijandelijke troepen, eerst
vanop 6000 yards, waarna men langzaam vooruit reed om ze vanop kortere afstand te
bestoken, zodat de Duitsers gedwongen werden zich terug te trekken. De treinen zelf lagen
onder hevig shrapnelvuur maar gelukkig lag dit te hoog.
Op 4 oktober reden de treinen naar de buitenste verdedigingsgordel rond Antwerpen.
Kanonnier T. Potter haalde na zes schoten een vijandelijke ballon neer.
De 5de en 6de oktober bestookte men Lier vanop het spoor tussen Hover en Kontich. De avond
van 6 oktober reden de treinen onder Lt. Commander Littlejohns en Lt. Robinson op de lijn
van Bouchout naar Lier en bonden de strijd aan met de vijande aldaar gesignaleerd.
De volgende morgen werden vijandelijke stellingen bestookt, aangeduid door Generaal Paris.
35 salvos werden afgevuurd en men rapporteerde dat drie batterijen het zwijgen werd
opgelegd evenals verschillende stukken veldartillerie die onze troepen bestookten in hun
loopgraven.
Op 7 oktober vertrok de Lt. Commander uit Antwerpen met de treinen. Eerst laadde men nog
een grote hoeveelheid goederen uit de opslagplaatsen. Dit onder hevig artillerievuur
waarbij Littlejohns licht gewond werd.
De 12de oktober krijgen de treinen die zich te Oostende bevinden bevel van Generaal
Rawlinson het terugtrekken van de troepen rond Gent te dekken.
De 15de oktober begeleiden de gepantserde treinen het Britse leger van Roeselare naar
Ieper. Een trein reed vooraan en een andere begeleidde de achterhoede terwijl troepen
langs weerszijden van de spoorweg marcheerden. Soldaten met pijnlijke voeten werden op de
trein geladen. Wanneer de eerste trein Ieper binnenreed bemerkte men 6 Uhlanen. De
machinist en mannen op de voorste wagen vuurden op hen. De Belgische machinist doodde een
officier en één man, de anderen ontsnapten. Op 19 en 20 oktober opereerde de trein onder
bevel van Lt. Robinson onder bevel van de 7de Britse divisie en steunde een aanval op
Menen. Vijandelijke batterijen op Hill 61, ten zuiden van Wervik, en loopgraven ten
noordoosten van deze stad werden gebombardeerd, evenals de kerk van Komen die door de
vijand gebruikt werd als observatiepost.
De 20ste oktober reed men ook op de lijn Ieper-Roeselare en bestookte men Passendale en
wegen die naar Moorslede leidden. Ook een batterij opgesteld tussen de Goudberg en
Passendale werd bestookt. De 21ste oktober nam een trein stelling op de spoorweg
Ieper-Roeselare en opende het vuur vanop korte afstand, gebruik makende van shrapnel- en
lydietgranaten. De vijand werd zware verliezen toegebracht en de Duitse vooruitgang werd
opgehouden. De trein zelf lag onder hevig vijandelijke vuur en werd verschillende malen
geraakt door granaatscherven maar gelukkig bespaarde de bepantsering verliezen. Van 26 tot
31 oktober bestookten de treinen loopgraven nabij het kasteel van Hollebeke. De
gepantserde treinen onder Lt. Commander Littlejohns en Kapitein Servais waren in aktie op
verschillende plaatsen op de lijn Veurne-Diksmuide, daarbij samenwerkend met de 3de en 4de
Belgische legerafdeling. Ze bombardeerden enkele belangrijke troepenconcentraties ten
oosten van Diksmuide en enkele batterijen ten westen van de bocht van de Yzer.
Op 31 oktober werd een batterij ten zuidoosten van Vicogne tot zwijgen gebracht en werden
ook twee andere batterijen bestookt ten westen van de weg Pervijze-Schoorbakke. Tijdens
deze operaties werd een trein hevig bestookt door de vijand maar dankzij het succesvol
manoevreren ontsnapte de trein aan beschadiging. De trein met de 6inch kanonnen vervoegde
nu onder Lt. Commander Ridler de treinen onder bevel van Lt. Commander Littlejohns en
Kapitein Servais in het district Ieper. Vanaf 26 oktober was hij voortdurend in aktie en
bestookte vijandelijke batterijen of hielp aanvallen afwijzen.
Van 1 tot 7 november was de trein onder bevel van Kapitein Servais bedrijvig op de lijn
naar Oostkerke (eens gelanceerd sneed men de stoom af om niet bemerkt te worden) en vuurde
men op batterijen ten noordwesten van Beerst en dit met goed resultaat. De 3de november
werden twee ballons neergeschoten. Op 6 november dwong het vuren op batterijen bij de
hoeve Van de Wonde de vijand tot het ontruimen van deze stelling. De trein met de 6-inch
kanonnen was in aktie op de lijn Ieper-Roeselare, samenwerkend met het 1st Britse Korps.
Een Duitse gevangene vertelde dat één granaat 87 man in zijn loopgraaf had
uitgeschakeld.
De 9de november zouden de treinen een naam krijgen. Deze onder bevel van Lt. Commander
Ridler werd "His Majestys Armoured Train Churchill", deze onder Kapitein
Servais werd "H.M.A.T. Deguise" en deze onder Lt. Commander Littlejohns werd
"H.M.A.T. Jellicoe". De Belgische bemanning werwisselde haar blauwe uitrusting
voor het kaki-uniform van het Britse leger maar met de Belgische knopen. Ze kregen een
matrozenpet met errond een blauwe band met in witte letters "H.M.A.T Deguise".
Net zoasl iemand op een oorlogsschip. Later zouden hun matrozenpetten vervangen worden
door een kepi met een Belgisch schildje. Ze zullen zeker niet weinig fier gewees zijn op
hun uniform. Eén van deze banden werd door een oudgediende geschonken aan het
Legermuseum. Het rapport van Lt. Commander Scott Littlejohns is terug te vinden in het PRO
te Kew onder "Royal Naval Air Service-Armoured Trains". Van 7 tot 10 november
werd de "Deguise" trein herstelt te Boulogne. De 11de november reed hij naar
Oostkerke. In het station viel een salvo van vier granaten 15 yards van de trein. Deze
reed onmiddellijk 500 meter achteruit en opende vandaar het vuur op Duitse
troepenverzamelingen. De Belgische troepen waren niet altijd tevreden toen ze de trein
zagen opdagen want zo zei een Belgisch officier "de trein vertrekt maar... het
station blijft". Nadat de trein vertrokken was werden ze dikwijls met granaten
bestookt.
De 12de november kreeg men het bevel het dorp Vladslo te beschieten. De trein kwam , zo
weinig mogelijk rook makend, vooruit en verraste de vijand door zijn vuren.
Het rapport van Kapitein Servais meldde op 13 november : "Nauwelijks kwam de trein
aan km 23 van de lijn naar Kaaskerke toen een salvo werd gevuurd naar de trein. Ik gaf
bevel van positie te veranderen maar voor dit gebeurde werd een twee salvo afgevuurd op
ons. Een granaat raakte de twee lokomotief en doodde de Belgische machinist
Huysmans."
Op 17 november werd de trein Jellicoe getroffen door granaten en werd teruggetrokken tot
achter Ieper. De spoorlijnen waren nu dikwijls onderbroken door vijandelijk
artillerie-vuur en het manoevreren werd bemoeilijkt door de vele treinen die gewonden
wegbrachten uit de lijn. Van 18 tot 20 november was de trein Jellicoe in aktie op de lijn
Ieper-Roeselare en bestookte batterijen ten zuiden van Geluveld en ten zuidwesten van
Zandvoorde. Tijdens dit vuren opende ook de vijand het vuur en granaatscherven
beschadigden een 6 inch kanon en een lokomotief. Een machinist werd daarbij licht gewond.
De trein reed daarop terug tot achter het station van Ieper. Het vijandelijk vuur volgde
de trein en bestookte ook het station.
Op 19 november beschoot de vijand opnieuw het station waarbij alles werd vernield met
uitzondering van die ene lijn die de trein gebruikte. Gevangenen gemaakte ten oosten van
Ieper verklaarden dat de zware kanonnen zware verliezen veroorzaakt hadden. Van 16 tot 20
december beschoot de Churchill trein een batterij ten zuiden van Diksmuide op de baan naar
Ieper. Mist bemoeilijkte de observatie.
De 21ste december nam de Churchill stelling op de lijn naar Diksmuide en opende het vuur
op een batterij net ten noorden van Beerst. Een waarnemer op de kerk van Oostkerke
signaleerde dat het vuur zeer juist lag. Enkele 6 inch granaten vielen midden deze
batterij en ook werden een hoeve met stallingen getroffen waar men enkele minuten daarvoor
paarden zag ondergebracht worden.
De 1ste en 2de januari 1915 opereerde de Deguise trein bij de 5de en 6de Belgische divisie
en beschoot het dorp Esen alsook een vijandelijke batterij op de weg van Diksmuide naar
Keiem.
Op 25 januari reed de Jellicoe vooruit vanuit Beuvry (Frankrijk). De vijand begon echter
een beschieting die steeds heviger werd en rond 7h30 ontploften enkele granaten boven de
trein. De Belgische machinist Frederix werd gedood, Seaman E. Pay zwaar gewond en de tweed
machinist, Ronse, licht gewond. De trein reed toen 200 m achteruit en bombardeerde La
Bassée.
De 28ste en 29ste januari was de Churchill in aktie te Oostkerke en kon na 15 salvos
een Duitse batterij het zwijgen opleggen. Deze trein stond nu onder het bevel van Lt.
Muirhead-Gould.
Op 18 februari signaleerden Belgische waarnemers op de Deguise grote troepenverzamelingen
ten zuidwesten van La Bassée. Het vuur werd geopend en verschillende malen werd het
doelwit getroffen.
Op 24 februari kreeg de Deguise trein het bezoek van de Prins van Wales terwijl hij in
aktie was op de lijn naar La Bassée.
Op 26 februari kwam de Deguise trein in aktie te Beuvry. Kapitein Servais in zijn rapport:
"Ons vuren dat zorgvuldig werd geobserveerd was uitstekend gericht. De twee huizen
die we moesten beschieten werden volledig vernietigd. Dit werd bevestigd door twee
piloten".
Van 10 tot 13 maart beschoot een trein Aubers en haalde er de kerk neer, ook het station
van Fromelles werd bestookt.
De treinen zouden dan in het station van Marquise blijven tot ze in september 1915 werden
ontmanteld. De Belgen werden verdeeld in de divisiedepots van het Belgische leger of
gingen naar opleidingscentra om vandaar het front te vervoegen.
BRONNEN:
* Reports, by Commander A. Scott
Littlejohns, R.N. on operations - September 1914 to March 1915. Royal Naval Air
Service-Armoured Trains
* The Armoured Train. Its development and usage, door G. Balfour, London 1981
* Le Commandant Michel, artikel uit BBSM juli 1932
*Operations du train blindé pendant la campagne, door A. Valentin
* Les trains blindés, door Jean Harlepin
* La mission des trains blindés au siège dAnvers, artikel uit La Nation Belge
12-2-1948
* Les trains blindés légers, door Kolonel Van Daele, in BBSM juli 1932