ETIENNE DELANNOO
Op 18 maart 1918 voerden Duitse troepen in de buurt van de Minoterie een aanval uit op de Belgische stellingen te Diksmuide.Een verslag van deze aanval of raid kan men nalezen in het regimentsboek van het 2de Beierse RIR (door Gen. Maj. von Dittelberger) (vrije vertaling)
"Sedert 1 maart 1918 bezette het 2de
Beierse R.I.R. Diksmuide. Halfweg maart wordt bekend dat de divisie (1ste Bay. Res. Div.)
zal ingezet worden voor een groot offensief op een andere plaats (Loos-Armentières) . Een
aanval vanuit Diksmuide zou een goede oefening zijn. De eerste vraag is: hoe komt men over
de IJzer? De IJzer is een goede 12m breed en ondoorwaadbaar. De aanval moet op
verschillende plaatsen uitgevoerd worden; eens aan de andere zijde is men direct in de
vijandelijke linies.
Het overzetmateriaal moet dichtbij de uitgangsstellingen gebracht worden en dit moet, zo
stil en onopgemerkt mogelijk, grotendeels over open veld aangebracht worden. In het
Handzame-kanaal, dicht bij de stad, kan een kleine vloot pramen (kleine, platte
vaartuigen) verzameld worden, die moeten vorderen langs het kanaal om dan over te gaan in
de rivier; de anderen moeten over loopbruggen: minstens drie. Daarbij komens als hulp
kleine patrouilleboten, evenals bruggen; planken op luchtdichte metalen vlotters (verdeeld
vooruitbrengen, vooraan samenplaatsen; dat alles onder het oog van de vijand) die als
bruggen dienen.
Het is de zaak van de artillerie ( en mortieren en machinegeweren), de tegenwerking uit te
schakelen en de vijand neer te houden. Res-Hauptmann Gombart heeft de leiding; Res-Lt.
Eschenbach heeft de leiding over delen van de 1ste Cie en de regimentsstoottroep, die
samen de 1ste aanvalscolonne vormen.
Lt. v. d. Landwehr Lehmkuhl met delen van
de 10de Cie, Res. Lt. Dotzler met delen van de 7de Cie en Res. Lt. Streicher met delen van
de 8ste Cie vormen aanvalscolonnes 2,3 en 4. Daarbij worden nog delen van de
divisiestormtroepen gevoegd en pioniers met explosieven. De mannen worden meestal
uitgezocht in totaal 275 man. IJverig wordt alles tot in het kleinste voorbereid en
geoefend; ook de pioniers van de 1ste en 7de Res. Pioniers Cie zijn enthousiast over hun
technische opdrachten. De artillerie van de divisie wordt aanzienlijk versterkt en er
worden middelzware en zware mortieren bijgeplaatst. De 18de nadert. Tijdens de
nacht worden de platte boten naar Diksmuide geroeid en de delen van de bruggen vanuit de
stad naar de oever gesleept. Het is geen makkelijk werk (door het natte trechterveld) maar
de pioniers verrichten goed werk bij ons is alles muisstil. De vijand moet
ingeslapen zijn. Om 3h00 s morgens is alles klaar. Om 3h45 openen onze kanonnen
plots het vuur en jagen o.a. blauw- en groenkruis gasgranaten naar de overzijde en
vergassen de vijandelijke batterijen. Dit duurt tot 5h00. Reeds om 3h50 was er gasalarm
bij de vijand. Onze beschietingen worden slechts zwak beantwoord. Dit duurt tot 7h00.
Vanaf 5h40 vuren onze kanonnen en mortieren van alle kaliber maximaal op de 1ste en 2de
vijandelijke loopgraven. Rechts vuren ze goed; links wat te ver; zwaar en zeer zwaar
horizontaal vuur omvat de vijandelijke schuilplaatsen en slaat ook in op de aanvoerwegen.
Om 5h52 beginnen onze zware machinegeweren te ratelen en slaan in op de vijandelijke
oever; om 5h52 moeten de aanvalscolonnes zich klaarmaken; om 5h55 werd het granaat- en
mortiervuur wat naar voor verlegd en blijft dan, volgens plan, als afsluitingsvuur liggen.
Een wit, nooit gezien melkgordijn hangt op de rivieroevers, gevormd door de
ontploffingsgassen van onze kanonnen, vastgehouden door de vochtige bodem.
Wij vorderen in de boten, bruggen naar voor, echter niet zonder tegenslagen. Rechts, bij
de 1ste colonne, vuurt het mortiervuur te kort (de funderingen waarop ze staan, zijn
slecht, de bodem geeft mee). Zo komen veel mortieren in het water terecht, enkele vallen
op de dijk. Ondertussen komen ook vijandelijke granaten neer en vuurt een vijandelijke
mitrailleur van links: de eerste boot wordt er door geraakt, enkele mannen sneuvelen en
een aantal raken gewond. Door de paniek schommelt de boot en vult hij zich met water;
waarop hij afdrijft naar de kanaaloever en ondergaat deze groep is uitgeschakeld.
De volgende boot ( Res. Lt. Huber) krijgt eveneens mitrailleurvuur te verwerken, waardoor
enkele verliezen vallen. Men probeert met de mitrailleur in de boot te vuren, maar die
blokkeert. Er wordt dan maar koortsachtig geroeid naar de andere zijde, terwijl granaten
worden gegooid naar de overkant. Ze bereiken de overzijde en gaan zonder aarzelen de
vijandelijke loopgraaf binnen.
De derde boot (Vizefeldwebel Oberpriller) werd door de ontploffing van een mortier
teruggeworpen tegen de oever. Men doet echter een nieuwe poging, terwijl allerlei granaten
rond hen ontploffen. Met een doorgedreven wilskracht raken ze eveneens op de andere oever.
Op hetzelfde ogenblik komt de vierde boot (Vizefeldwebel Schaumberger) aan land. De vijfde
boot (Vizefeldwebel Hegele) wordt door een eigen mortiergranaat geraakt en gaat onder. De
mannen redden zich op de overblijfselen naar de eigen oever; de aanvoerder zwemt over de
IJzer.
Ook bij de brugovergangen zijn er
problemen. Bij de 2de aanvalscolonne slaan enkele granaten in waardoor enkele verliezen
vallen bij de pioniers. Hptm. Gombart besluit zelf in te grijpen en met de hulp van de
infanterie kan men een gedeeltelijke brug leggen (enkele vlotters zijn door granaatvuur
geraakt). De laatste meters waden de aanvallers door het water.
Bij de 3de colonne verloopt het naar voor brengen van de brug ook moeilijk maar het lukt
echter. Bij de 4de colonne is de brug aan het water maar stoort vijandelijke vuur het
maneuver; de aanvoerder van de pioniers (Vizefeldwebel Schmidt) springt daarop vastberaden
in het water en zwemt met het koord-einde naar de overzijde en trekt dan de brug mee.
Het is onmogelijk om alle individuele daden in de vijandelijke loopgraven te beschrijven
maar we beschrijven wel de acties van de voorste groep (Res. Lt. Huber) die de meeste
moeilijkheden had. Zij stormden eerst de vijandelijke loopgraaf binnen en rollen links op.
Het volgende doel, de vijandelijke mitrailleur wordt ingenomen door Sgt. Stocker, maar dan
slaat een eigen mortiergranaat in en stelt drie mannen buiten gevecht. Ook Sgt. Stocker is
licht gewond. De groep trekt verder, naar drie schuilplaatsen toe. In de eerste werpt Sgt.
Stocker enkele handgranaten, 10 man komen er nog levend uit. Gefreiter Bachl poogde de
volgende schuilplaats voor zijn rekening te nemen maar raakt daarbij dodelijk gewond.
Ondertussen houdt Lt. Huber de middelste schuilplaats in bedwang. Hetzelfde scenario zien
wij ook bij de groepen Oberpriller en Schaumberger: overal wordt de weerstand gebroken.
O/off. Dill sneuvelt. Bij de tweede colonne wordt eveneens hard strijd geleverd: vooral
Res. Lt. Kling heeft links bij een groep betonnen schuilplaatsen bij de baan hevige
tegenstand te overwinnen, hierbij worden de groepsaanvoerders (O/off. Schmid en Krieger)
zwaar gewond. Samen met de groep van de 3de colonne (Res. Lt. Greipl) slaagt men erin de
bunkers te veroveren. Bij de 4de colonne komt vooral de groep Strasser van de
divisiestormtroepen en de groep van Res. Lt. Riggl goed vooruit, maar een grote
schuilplaats zorgt toch voor veel tegenstand. Alle colonnes hebben hun doel bereikt: het
oprollen van de vijandelijke linie vanaf de monding van het Handzame-kanaal tot aan de
baan (nemen van krijgsgevangenen en vernietigen van versterkingen). Verder duurt de
beschieting voort en worden betonnen schuilplaatsen door de pioniers vernietigd. Ook op
het water is men druk bezig: de loopplanken worden vastgezet, schijnbruggen ingetrokken...
De brancardiers hebben hun handen vol: doden en gewonden moeten teruggebracht worden evenals de krijgsgevangenen. Heel de actie is in sneltempo verlopen. Om 6h45 zijn de troepen terug. Van de 2de en 3de colonne is een kleine groep als brugbewakers achtergebleven: de loopbruggen liggen er nog. Bij de 10de Cie wordt een gewonde onderofficier vermist: soldaat Amershuber haast zich nogmaals met een andere soldaat naar de overkant om de vijandelijke loopgraven te doorzoeken. Tussen 7h30 en 8h00 doet de vijand een poging om zijn loopgraven te heroveren. Zijn batterijen vuren intens. Van de twee groepen brugbewakers kan de één zich terugtrekken, de andere, in strijd verwikkeld, slechts gedeeltelijk. Het resultaat is niet onaanzienlijk: 84 krijgsgevangenen waarvan 12 gewond, zeven mitrailleurs en tal van ander wapentuig. De verliezen bij de stormtroepen zijn aanzienlijk, vooral met het oog op de kwaliteit. In totaal een 60 man waarvan 43 van het regiment. Groot was de winst vooral op moreel vlak: op zeer korte termijn werden de Belgische stellingen onder voorbereidingsvuur binnengedrongen."
HOE BELEEFDEN DE BELGEN HET ?
Hierna een verslag door adjudant Carette van het 3de Jagers:
"Rond 6h20 kwam een zeer hevig bombardement neer op onze sector.
In groot aantal sloegen mortieren in over gans de lijn. Artillerie van alle kalibers
vuurde eveneens op onze lijn. Tijdens het bombardement wilde ik me naar P5 begeven samen
met de seingever van het bataljon die op mijn instructies regelmatig een rode lichtkogel
afvuurt. Rond 6h50 (een uur verschil met de Duitse versie) bemerk ik rechts van de
Minoterie, tegenover onze P5 een groep Duitsers op de borstwering van Tr. 16. Ik riep
onmiddellijk de manschappen te wapen om met al de manschappen van P6, P5 te gaan
versterken en door het werpen van handgranaten de Duitsers te beletten dat ze een loopbrug
zouden kunnen werpen en oversteken.
De mannen, volledig in paniek door het bombardement, gehoorzaamden niet meer en slechts
twee volgden mij. Na een laatste oproep haastte ik mij naar P5, gevolgd door soldaat
Decoster en adjudant Moncheu. Ongeveer op 25 m daarvan stootte ik op de eerste Duitsers,
die al de loopgraaf waren binnengedrongen en die zich noordwaarts begaven.
Ik ging hen tegemoet en vuurde op de eerste, die blijkbaar de
aanvoerder was, mijn revolver af. Hij zonk neer. Daarna vuurde ik opnieuw en een tweede
viel neer; ik weet niet of ik hem geraakt heb of hij gewoon struikelde over de eerste. Ik
ging vier passen achteruit, toen de Duitsers twee granaten gooiden die niet ontploften,
maar mij wel deden struikelen in mijn achteruitgaan. Ik mikte opnieuw op een aankomende
Duitser maar miste hem. Daarop wierp ik mij in een obusput bij de loopbrug en kreeg een
schot van dichtbij in de linkervoorarm. Ik deed al het mogelijke om niet in handen te
vallen van de vijand en slaagde erin mij in een andere obusput te werpen, waar ik net met
mijn hoofd boven het water uitkwam. Op die manier was ik getuige van de raid die mij zeer
lang scheen te duren, ongeveer 40 minuten. Ik zag een zeer groot aantal van mijn
manschappen, de armen omhoog, krijgsgevangen genomen worden, o.a. soldaat Daelemans die
hevig bloedde aan het hoofd. De Duitsers waren talrijk, ik schat dat er een honderdtal in
mijn sector waren, onderverdeeld in groepen bevolen door officieren. Op geen enkel
ogenblik heb ik een Duitser zien lopen in de loopgracht, een deel van hen liep op de
loopbrug, een deel op onze borstwering. Op een bepaald ogenblik zag ik een gewonde Duitse
soldaat voorbijkomen geholpen door een Duitse en Belgische soldaat (die ik niet herkende).
Andere Duitsers vertrokken ondersteund door hun kameraden. Het enige lichaam dat ik zag
dragen was diegene die ik had neergeschoten. Het einde van de raid werd aangekondigd door
een oranje kogel in waaiervorm. Vanaf dat ogenblik begonnen de Duitsers zich terug te
trekken. Eén van de laatsten droeg op zijn rug waarschijnlijk een vlammenwerper, maar had
er geen gebruik van gemaakt in mijn sector.
Van de mannen in de voorpost heb ik er tot nu toe slechts 5 of 6 teruggezien. Meer dan 25
man zijn dus verdwenen, waaronder alle gegradueerden (1 sergeant en 3 korporaals).
Zeven Duitse lijken werden gevonden in de sector van de Cie. Het eerste bezoek aan de loopgraven in mijn sector gebeurde ongeveer 20 minuten na de raid, door een O/Lt. van de 6de Jagers wiens naam ik niet ken, adjudant Van de Kerkhove en adjudant Piette van de 2de Cie (gewond aan het been). Een soldaat vergezelde hen. Deze groep verkende mijn loopgraaf, revolver in de hand. Bij de doortocht van deze eerste Belgen verliet ik mijn obusput, lijdend aan hevige koorts en vervoegde mijn collega's om hen te vergezellen bij het verder verkennen van de loopgraaf. Adjudant Moncheu en soldaat Decoster zijn getuige geweest van het neerschieten van de aanvoerder en het kort vuurgevecht daarop. Ik ben teruggekomen van patrouille om 3h30 en vervoegde mijn peloton dat onder mijn afwezigheid bevolen werd door adjudant Moncheu.
(getekend) Adjudant Carette
VERSLAG VAN DE CDT. VAN S2 OF SSN (SOUS SECTEUR NORD)
De Duitse troepen konden onder bescherming van een zeer hevig bombardement met boten, komende uit het Handzamekanaal, en onder dekking van dichte mist en rook, veroorzaakt door ontploffende projectielen, in grote getale de IJzer oversteken. Anderen kwamen over een loopbrug een weinig ten zuiden van het kanaal; rechtover post 4. Ze verspreidden zich onmiddellijk in de loopgraven. Die voor post 4 werden bestookt door mitrailleur nr. 2 die de loopbrug onder vuur nam tot die buiten dienst raakte. Terwijl de sergeant de mitrailleur meenam in de bunker voor herstelling, verdedigde 1° Sgt. Maj. Maressies, 4de Cie, zich met handgranaten, samen met de op hun plaats gebleven mannen. Maar de Duitse troepen konden hen overweldigen. Vandaag heeft men het lijk van Maressies geïdentificeerd. Adjudant Piette heeft zich uitermate verdedigd met zijn mannen, maar werd gewond en een deel van zijn manschappen werd het zwijgen opgelegd. De Duitsers waren te talrijk, en waren bewapend met mitrailleurs waarvan ze één ter plaatse opstelden. Ze waren eveneens voorzien van vlammenwerpers; wat hen een groot overwicht gaf t.o.v. onze mannen die nog nooit tegenover een vlammenwerper gestaan hadden.
In het centrum overschreden de Duitsers in grote getale de borstwering, volgens adjudant Carette waren er niet genoeg verdedigers. De mannen, geterroriseerd door de hevigheid van het bombardement, waren gaan schuilen in de bunkers en zijn op het bevel om te verzamelene van hun overste niet buitengekomen. Adjudant Moncheu kon een paar mannen verzamelen om weerstand te bieden, maar deze werden vlug omsingeld en krijgsgevangen genomen. Hun weerstand was nog nochtans hevig. Bij de Cie Noord, drongen de Duitsers binnen langs een loopbrug die werd bestookt door adjudant Courtens en zijn mannen, maar ook zij werden vlug omsingeld door Duitsers die met een vlot overgestoken waren ten noorden van de loopbrug.
O/Lt. Lefevre ging dan over tot de tegenaanval naar de 1ste Linie,
doorheen de velden, daar de Boyau de la Volonté onbegaanbaar was, maar door de toestand
van het terrein raakte hij niet zover. Het was adjudant David die erin slaagde de
tegenaanval tot in de eerste linie te voeren nadat hij het oostelijk deel van de Boyau de
la Volonté bereikt had. Velen, zoniet allen, hebben zich op een moedige manier gedragen
en hebben gestreden tot het laatste. De vijandelijke verliezen, verspreid over de gehele
lengte van onze lijnen, bewijzen dit (daarbij zijn er nog een aantal door de Duitsers
meegenomen, o.a. de chef die door adjudant Carette werd gedood). Ik heb drie
pelotonoversten die gewond raakten nog niet kunnen ondervragen. Ze waren op hun post en
hebben zich moedig gedragen. De tegenaanvallen naar de eerste linie hadden plaats vanaf
het ogenblik dat de oversten de indruk hadden dat de Duitsers in onze linies waren. De
troepen van wacht aan de dijk werden vervangen door troepen van piket.
De verlieslijst werd bezorgd. Mijn indruk is dat de vermisten door mortiervuur vernietigd
werden. Zo intens was dit mortiervuur.
De voorstellen voor eervolle vermeldingen zullen zo spoedig mogelijk toekomen, maar het
bataljon verhuist de 21ste.
De commandant van S2
(handtekening onleesbaar)
VERLIESLIJST
Het is onmogelijk de juiste verliezen, geleden tijdens de gebeurtenissen op 18 maart, vast te stellen. De verliesstaten bezorgd door de oversten melden:
SSN (sous secteur nord): 3de Jagers: 16 doden, 29 afgevoerde gewonden,
6 niet afgevoerde gewonden, 76 vermisten, een nog niet vastgesteld aantal bevangen door
gas
SSS (sous secteur sud): 6de Jagers: 4 doden, 12 gewonden
11de Artillerie: 6 doden, 6 gewonden, 7 door gas bevangen
Het 11de Artillerie vuurde in de voormiddag of beter in de vroege morgen van 18 maart 3000
granaten af op Diksmuide.
VERSLAG EN VOORSTELLEN DOOR DE CDT. VAN DE 11DE DIVISIE AAN DE CDT. VAN DE 5DE LEGERAFDELING
Gen. Maj. Coppejans aan Lt. Gen. Gillain
Volgens de verzamelde inlichtingen blijkt, op dit ogenblik, dat de
aanval op 18 dezer, wat de sector Kapelhoek betreft, deze aanval zich vooral richtte op
S2, terwijl een schijnbeweging plaats had op S1.
De infanterieaanval werd voorafgegaan door een zeer hevige beschieting van onze
batterijen. Het was ongeveer 5h30 toen de voorbereiding van de infanterieaanval is
begonnen. Deze voorbereiding was van extreem geweld, vooral op S2. Zij bestond uit een
beschieting op de loopgraven, verbindingsloopgraven en kruispunten met alle kalibers, ook
van mortieren.
De gegeven orders uitvoerend, bevonden de troepen in zich in eerste lijn op hun
gevechtsposten. Bovendien was een alarmoefening van de troepen van piket aan de gang.
Er was dus geen verrassing dankzij de genomen voorzorgsmaatregelen. Vanaf het begin van de
voorbereiding door de vijandelijke artillerie hadden alle oversten het gevoel dat het om
een ernstige actie ging en daarom werd de barrage van onze artillerie ingezet na 5h30.
Hoewel een dikke mist en rook de optische verbindingen hinderde, werden de lichtkogels
opgemerkt.
In S1 traden de infanteriewapens in actie onmiddellijk nadat rond 5h30, de wachtpost
verdachte geluiden hoorde op de rechteroever en een groene lichtkogel had afgevuurd.
Ten andere, onmiddellijk nadat een vijandelijk machinegeweer in actie bemerkt werd op de
andere oever en handgranaten neerkwamen op onze borstwering, werden ook mitrailleurs
opgemerkt die vuurden vanaf de loopgraaf du Cimetière en du Chateau. De post AB werd in
goede orde volgens de instructies ontruimd. Om 6h45 had men de indruk dat de aanval voor
S1 was afgeslagen en daarop stopte men het barragevuur. Voor S2 verliepen de zaken niet zo
eenvoudig. Het was op deze plaats dat de vijand met de grootste kracht aanviel. Kort na
5h20, bemerkten de bezetters van het weerstandsblok n° 10, recht voor het Handzamekanaal,
voor hen een vlot vol Duitsers. Terwijl ze vuurden op de vijand met het geweer en met
granaten, werden ze zelf aangevallen door een groep Duitsers die de IJzer meer noordwaarts
waren overgestoken en de Belgen aanvielen in de linkerflank.
De gevechtsgroep bood moedig weerstand tegen de aanvallers. Daar had een verwarde
schermutseling plaats waaruit slechts één adjudant en één man uitkwamen, en vechtend
achteruit trokken tot ze de bezetting van de brug aan de baan bereikten. Intussen viel de
vijand krachtig aan, met minstens 100 man, ten zuiden van de Minoterie, waar hij twee
loopbruggen wierp. Omstreeks 5h30 bemerkte adjudant Carette, cdt. van het peloton, rechts
van de Minoterie, rechtover zijn blok, een grote verzameling Duitsers op de borstwering
van Tr. 16, klaar om een loopbrug te werpen. De paar mannen van deze post, die hevig werd
beschoten met mortieren, die adjudant Carette kon verzamelen, boden ondanks alles
weerstand tegen de Duitsers die de loopgraaf binnengedrongen waren. Adjudant Carette
schoot de chef neer en een andere die deze volgde. Dan werd hij zelf gewond door een kogel
in de arm en woonde vervolgens de operatie bij, ondergedompeld in een obusput, tot aan de
hals in het water.
Adjudant Moncheu trok zich met twee man terug in noordelijke richting.
Aangekomen aan de schuilplaats ten noorden van hun sector, verzamelde hij de mannen, deed
de loopgraaf bezetten en bemerkte daarop een groep Duitsers voor hen op de borstwering.
Hij deed het vuur openen maar zijn groep werd op zijn beurt aangevallen door een groep
Duitsers komende vanuit het noorden, waarschijnlijk de groep die onze linies was
binnengedrongen vanuit het noorden van de onderste sector. De mannen werden overweldigd en
gevangen genomen. De adjudant en één man slaagden erin zich te verwijderen en plooiden
zich terug naar de grote bunker aan de brug bij de baan waar ze de telefonisten vervoegden
die zijdelings de loopbrug doorheen de schietgaten van de bunker bestookten en de Duitsers
tot de aftocht dwongen.
Volgens adjudant Carette opereerden ze in samengestelde groepen. Ze deden een
systematische zuivering van de eerste linie, botsten op de weerstand van de
gevechtstroepen maar verpletterden deze onder hun aantal en de sterkte van hun middelen,
waaronder brandbommen en vlammenwerpers. Het schijnt dat de tegenstander er zich
rekenschap van gaf dat de operatie mislukt was. Dankzij onze barrages waren alle
loopbruggen vernield geworden uitgenomen één. Onder druk van onze tegenaanvallen die op
gang kwamen, begonnen ze de terugtocht, methodisch, langs de enige overblijvende loopbrug
ten zuiden van de Minoterie en met sloepen. Een officier van de eerste linie in de sector
Kaaskerke zag twee volgeladen sloepen zinken, getroffen door ons artillerievuur. Volgens
zijn gewoonte, evacueerde de vijand zijn gewonden en zoveel mogelijk zijn doden. Hij
schijnt eveneens een groot aantal van onze mannen, dood of gewond, meegenomen te hebben
wat het groot aantal vermiste Belgen verklaart. In elk geval mag men stellen dat het
garnizoen van de dijk, de voorbereidingen voorzien door het verdedigingsplan, heeft
uitgevoerd met kalmte, koelbloedigheid en vastberadenheid. Er was geen enkele zwakte onder
de pelotonsaanvoerders aan de dijk, integendeel, en dat ondanks de hevige
voorafgaandelijke beschieting.
In S2 waar de beschieting met mortieren bijzonder hevig en moordend was, zag men zekere
groepen zich verspreiden bij het begin, maar zich dan opnieuw verzamelen op bevel van de
oversten en zij gedroegen zich dan moedig.
DE TEGENAANVALLEN
Vanuit de tweede stelling vertrokken drie tegenaanvallen:
1. door de verbindingsloopgraaf de la Volonté
2. door de verbindingsloopgraaf de Quenast
3. door de verbindingsloopgraaf du Rail
Deze kwamen maar traag vooruit door de volledig omwoelde verbindingsloopgraven tijdens de voortdurende beschieting. Sommige eenheden moesten zich over het volle veld voorwaarts begeven, zich neergooien in een chaotisch terrein dat daarbij nog dikwijls overstroomd was. Ze kwamen aan de dijk toen de Duitsers zich begonnen terug te trekken. Anderzijds was Lt. Galichet van het 6de Jagers, Cdt. van het peloton noord van S1, met enkele mannen van zijn regiment resoluut tot de tegenaanval overgegaan tot over de grote bunker aan de brug over de baan en zuiverde het deel zuid van S2 over een zekere afstand. Hij doodde persoonlijk een onderofficier, aanvoerder van de vijandelijke vlammenwerpers. Die enkele mannen van zijn regiment waren de twee soldaten Ost en Van Hoenacker. Tenslotte deden de wielrijders een tegenaanval langs de verbindingsloopgraaf de l'Effort en langs de dijk.
INLICHTINGEN
De zwak bezette voorste linie (ongeveer 30 man per peloton) kan altijd
overweldigd worden tengevolge van een hevige artilleriebeschieting gevolgd door een aanval
van de infanterie in groter aantal. De gevechtsgroepen van de verdedigingsposten hebben
gedaan wat ze konden in dergelijke omstandigheden: zij moesten vernietigd of overweldigd
worden. Het is ten andere hun rol daar ze aan de ondersteuningstroepen de tijd moesten
geven maatregelen te treffen. De zogezegde onmiddellijke tegenaanval werd uitgevoerd in
moeilijke omstandigheden en kwam moeilijk vooruit gezien het terrein en de vijandelijke
beschieting.Indien deze niet slaagde was alles klaar om een tegenaanval te doen,
voorbereid door de artillerie, een operatie die zonder fout de dijk van de IJzer zou
heroverd hebben.
Hoewel de actuele bezetting van de voorste linie mij niet overdreven schijnt in
vergelijking met vroeger, ben ik van mening dat ze nog te sterk is en dat het mogelijk is
het gezochte resultaat te bereiken door minder volk te gebruiken als men het systeem
toepast dat bij de Duitsers voor ons in voege is. Ik wil spreken over de gebetonneerde
bunkers, gesloten door gepantserde deuren, bunkers waarin de schildwachten toevlucht
zoeken bij een aanval. In deze omstandigheden, kan het vuur van onze artillerie vlug
geopend worden op de eerste linie zelf, dit tegelijk met artillerievuur, dat zonder
twijfel de vijandelijke troepen bezig met het zuiveren zou verpletteren en dat
terzelfdertijd de middelen die ze gebruiken om de rivier over te steken, zeker zouden
vernielen.
In de huidige toestand, kunnen de reeds bestaande versterkte bunkers, S1 en S2, dienen als
soortgelijke bunkers.
Volgens mijn oordeel, werden de maatregelen ter verdediging goed genomen door iedereen. In
de voorste linie, werden de zwakke gevechtsgroepen verpletterd door de mortieren en het
artillerievuur. En aangepakt door de vijandelijke infanterie, hebben ze gedaan wat ze
konden. De dijk is getuige geweest van heldendaden en zonder twijfel ook van menselijke
zwakheid in zulke omstandigheden. De drie pelotonaanvoerders van S2 werden gewond; diegene
van het deel palend aan S1 deed een tegenaanval. De Maj. van wacht, de Kol. van de
loopgraven, de Cdt. Infanterie en de Cdt. Artillerie hebben de nodige maatregelen genomen.
De eerste stelling en de tussenliggende stelling waren bezet door hun verdedigers, klaar
voor alle eventualiteiten.
(getekend) Cdt. van de Divisie Coppejans
WERDEN VERMELD OP DAGORDE
* Minette de Tillesse: korporaal 3de Jagers te Voet. Korporaal der machinegeweren uitnemend dapper. Heeft ten tijde van een Duitse aanval te Diksmuide zijn stuk blijven bedienen op de eerste linie totdat dan de aanval gestuit was en zulks ondanks een ongehoord hevig spervuur. Na zijn stuk onder beschutting gesteld te hebben is hij een gevaarlijk gedeelte doorgetrokken om de gevechtspost van zijn Majoor te bereiken ten einde deze in te lichten omtrent de aanval die op handen was.
* Herbots Raymond Hubert: soldaat 3de Jagers te Voet. T.S. van wonderbare dapperheid en koelbloedigheid. De 18de maart 1918, tijdens een aanval te Diksmuide, is op zijn post van signaalgever gebleven onder een beschieting van ongehoorde hevigheid. Heeft in deze omstandigheid blijk gegeven van hoog plichtsbesef en volslagen gevaarsverachting. Reeds vermeld op het dagorder van de Legerafdeling van 1 november 1916.
* Brabants Hubert: soldaat 11 A. . Gedurende de 38 maanden die hij op het front heeft doorgebracht heeft hij steeds bewijzen gegeven van voorbeeldige stemming. Heeft uit eigen beweging ogenblikkelijk een licht pijlenwaarnemer vervangen die door de gassen vergiftigd was en heeft zijn dienst waargenomen niettegenstaande een hevige beschieting met gasgranaten (op 18 maart 1918).
Werden nog onderscheiden:
* Van Germeersch Henri: soldaat klas 14, 6de Jagers 2de Cie. Zeer goed soldaat, dapper en moedig, werd na 28 maanden front, zwaar gewond tijdens de Duitse raid op 18 maart 1918. Bleef zijn FM bedienen tot hij bewusteloos viel. Werd reeds gewond op 3 februari 1916.
* Dewael Joseph: soldaat brancardier, klas 15, 6de Jagers, 9de
Cie. Brancardier met een voorbeeldig en dapper gedrag, gaf in alle omstandigheden blijk
van de grootste toewijding.
Werd na 22 maanden front ernstig gewond, de 18de maart 1918, wanneer hij zich met zijn
peloton in alarmpositie begaf tijdens een beschieting van buitengewone hevigheid.
* Peers Louis: sergeant, speciaal korps 16, 3de Jagers, 3de Cie. Dappere en toegewijde sergeant, aan het front sedert 3 maanden. Werd ernstig gewond tijdens een hevige beschieting van de loopgraaf waarin hij zich bevond.
* Ottoy Donat: soldaat, speciaal korps16, 6de Jagers, 2de Cie. Zeer toegewijde en zeer dappere soldaat mitrailleur. Werd ernstig gewond op zijn post in de eerste linie, aan de dijk van de IJzer, door verschillende granaatscherven. Aan het front sedert 21 maanden.
Deze 18de maart 1918 bracht voor de Belgen zware verliezen. Volgens Gen. Van Overstraeten in "Les Carnets de guerre d'Albert I, Roi des Belges" niet minder dan 1100. Want deze dag vielen de Duitsers ook aan te Nieuwendamme en St. Joris waar onze voorposten verloren gingen tot 's anderendaags, te Reigersvliet en te Oud Stuivekenskerke waar de Duitsers konden binnendringen maar na een hevig gevecht teruggeslagen werden.
Bronnen:
Centrum Historische Dienst, Evere